Nu de eerste hectiek rond de aanslagen in Duitsland ruim een week geleden is gaan liggen, is het goed de berichtgeving daarover aan een nader onderzoek te onderwerpen. Ik neem de uitzending van de best bekeken nieuwsrubriek onder de loep: het achtuurjournaal van dinsdag 26 juli.

http://nos.nl/uitzending/17269-nos-journaal.html  

De uitzending opent die avond met “Duitsland”. Directe aanleiding is de zelfmoord-aanslag in Ansbach waar een afgewezen asielzoeker zich opblies voor de ingang van een festival. Een volstrekt verdedigbare journalistieke keuze, zeker. Maar na dit item besluit de NOS-hoofdredactie deze gebeurtenis aan te grijpen voor een bredere context en te voorzien van duiding middels zijn correspondent ter plaatse Jeroen Wollaars (JW) en daar gaat het helemaal mis. Kijk zelf de journaalopening terug, hieronder heb ik het item samengevat met eigen commentaar in cursief.

De opening vanuit de studio door Annechien Steenhuizen (op 4’23”) begint met de vraag: “Jeroen, Duitsland heeft de afgelopen week behoorlijk wat te verwerken. Het is natuurlijk het land van de open armen. Leeft dat gevoel, is dat gevoel er nog?

Hoezo GEVOEL? Journalistiek gaat toch over feiten? Welke journalistieke rechtvaardiging zit hier achter? En sinds wanneer is een correspondent degene die met gezag en distantie een ALGEMEEN GEVOEL kan verwoorden en toelichten in een plaats waar net een aanslag is gepleegd?

JW: “Ja, dat gevoel is er nog wel, maar ik moet je wel zeggen dat een minderheid van de mensen die ik vandaag gesproken heb het beleid van Merkel nog ondersteunt”.

Pardon? De vraag was naar het GEVOEL IN DUITSLAND na afgelopen week en Wollaars suggereert een ALGEMENE conclusie op grond van de mensen die hij die dag gesproken heeft? Hoeveel waren er dat? Tien, twintig, honderd, vijfhonderd? Maar welk aantal het ook was, het kan nimmer representatief geweest zijn. En dan toch die suggestie dat een minderheid in Duitsland Merkel niet meer steunt?

JW: (…) “Als je één stap terug doet en deze hele week bekijkt dan zie je toch ook een week van, een reality check, kun je het noemen. Lang heeft men in Duitsland gedacht, dit gaat wel aan ons voorbij, dit is iets van ver weg, dit terrorisme. Waarom zou het ons raken, wij de Duitsers die open armen hadden? En wat ik vandaag hier heel veel hoorde is dat mensen zeggen, geschrokken, het terrorisme is in Duitsland aangekomen”.

Waar haalt deze correspondent dit vandaan? Hoe weet hij dit? En moet ik echt geloven dat de burgers in Duitsland zo naïef waren dat ze gedacht hebben dat dit aan hen voorbij zou gaan, omdat het “ver weg” was? Met de diverse bloedbaden in Frankrijk en België pal naast de deur? En hoe komt hij bij de veronderstelling dat IS Duitsland zou overslaan omdat men daar vluchtelingen met open armen had ontvangen? Wie is er hier nu naïef? En dan die journalistiek onwaardige argumentatie die spreekt uit de woorden: “Wat ik vandaag hier heel veel hoorde…”. Kwalijke prietpraat in hèt nieuwsinstituut op de Nederlandse televisie.

Stem van het volk

Dan laat Wollaars drie fragmenten uit straatinterviews horen, zogeheten Vox Popjes (I, II en III) ter “ondersteuning” van zijn betoog:

Vox pop I: Wat hier is gebeurd, is niet te bevatten (samenvatting, JdH)

Vox pop II: Er moet iets veranderen…

JW: Wat precies?

II: Dat zeg ik liever niet..

JW: U bedoelt met de vluchtelingen…

II: Ja.
Vox pop III: Ik zeg alleen: vluchtelingen, meer niet…

JW: En wat bedoelt u met de vluchtelingen?

III: Minder bij ons toelaten.

Wollaars weet blijkbaar wat er bij de Duitse burger leeft en krijgt dat er ook uit. En als die burger aarzelt, dan helpt hij wel een handje: “U bedoelt met de vluchtelingen?”

Wollaars wil een statement maken, gebruikt hiervoor zorgvuldig gemonteerde quotes die dat moeten bevestigen en breidt zijn verhaal vervolgens verder uit.

JW na de Vox Populi: “Dit hoor je vandaag op straat in Ansbach en op nog veel meer plekken in Duitsland”.

Dat iemand die als journalistiek zwaargewicht telt – Duitsland is voor correspondenten een topplek – dit zonder met de ogen te knipperen durft te beweren, is opmerkelijk. Dat je ‘dit op straat in Ansbach hoort’ is al uiterst discutabel want hoe representatief is dat voor een stad met 40.000(!) inwoners? Maar met de overtreffende trap – “..in Ansbach en OP NOG VEEL MEER PLEKKEN IN DUITSLAND” – diskwalificeert Wollaars zichzelf. Hoe hij aan de bewering komt, vertelt hij niet. Geen eigen journalistiek onderzoek, geen wetenschappelijk onderzoek of peiling waarop de verregaande analyse is gestoeld, het enige dat Wollaars ter onderbouwing kan aanvoeren is misschien zijn eigen gevoel of is dat het veronderstelde gevoel van de kijkers?

Wir schaffen das

JW vervolgt dan: “Het land van “wir schaffen das”, het land dat de afgelopen jaren het toonbeeld was van gastvrijheid voor vluchtelingen… (in beeld ziet de kijker nu een close-up van een kogelgat in een winkelruit!, JdH)…maar kan dat nog na de aanslagen en incidenten met asielzoekers in de hoofdrol?”

Hier kan men twee conclusies trekken uit de door Wollaars gekozen formulering: a. hij realiseert zich totaal niet dat hij de aanslagen ten onrechte alle vier op het conto schrijft van “asielzoekers”, b. Wollaars speelt doelbewust in op de opvatting dat er hoognodig iets gedaan moet worden aan de “instroom van vluchtelingen” zoals dat in suggestief maar algemeen geaccepteerd taalgebruik heet. Indien a., dan is Wollaars een slordige en dus onzorgvuldige journalist, hetgeen ernstig verwijtbaar is op een dossier waar voor meerdere betrokken partijen leven en dood hand in hand (kunnen) gaan. Indien b., dan ontbreekt het Wollaars aan verantwoord journalistiek zelfinzicht en toont hij een gevaarlijk gebrek aan besef van wat zijn analyses en conclusies voor effect (kunnen) hebben. Wat zijn de feiten: van de vier aanslagen zijn er twee aantoonbaar IS-gerelateerd; wat nog niet wil zeggen dat IS daartoe ook de opdracht gaf. Maar de andere twee zijn individuele incidenten met een door geweld gefascineerde en psychisch getroebleerde Duitse tiener in de hoofdrol (München) en in het andere geval (Reutlingen) waar een zwangere vrouw met een mes werd gedood en anderen gewond raakten. Over het motief daar was op dat moment bekend:

De politie gaat ervan uit dat de asielzoeker in Reutlingen alleen handelde en dat er dus geen verdere dreiging is van mogelijke andere daders. Er is nog geen duidelijkheid over zijn motief. De informatie waarover de politie beschikt, duidt niet op terreur als mogelijk motief, aldus een politiewoordvoerder. Volgens de Stuttgarter Zeitung werkte de asielzoeker samen met de vrouw die hij met een machete doodde. Ze werkten beiden in een snackbar. De politie sluit niet uit dat het mogelijk om een “passionele daad” gaat.

Ongeloofwaardige correctie

Dat Wollaars zijn item afsluit met een vrouw die ervoor pleit dat het beeld over vluchtelingen niet negatief wordt beïnvloed door de gebeurtenissen en de minister van Binnenlandse Zaken opvoert die oproept tot bedachtzaamheid, beschouw ik als een ongeloofwaardige preventieve correctie op het verwijt van stemmingmakerij.

Die oproep tot bedachtzaamheid was aan Wollaars oren in ieder geval niet besteed, erger: Wollaars heeft zich als verantwoordelijk journalist onverantwoordelijk gedragen. Waar hij de feiten moest laten spreken, kreeg het gevoel de overhand. Na de natte vinger, was het woord aan de onderbuik. Allemaal in wat de belangrijkste journalistieke nieuwsrubriek op televisie heet, waar die avond 1.742.000 mensen naar keken om geïnformeerd te worden over wat er in de wereld speelt.

Job de Haan

(3-8-2016)

 

1 Comment

  1. Jeroen Wollaars

    Voor een blog dat zich zegt in te zetten voor journalistieke ethiek ben ik enigszins verbaasd dat ik via-via gewezen werd op dit “nader onderzoek” van Job de Haan. Die mij in niet mis te verstane woorden, zelfs in HOOFDLETTERS om het betoog kennelijk van kracht te voorzien, diskwalificeert als journalist.

    Verbaasd omdat ik wederhoor als fatsoenlijk journalistiek gebruik zie, zeker als je van plan bent IN HOOFDLETTERS iemand zo weg te zetten als De Haan hier doet. Zeker als je van alles veronderstelt over mijn motieven. Zeker als je schrijft voor een site van mensen die de Code van Bordeaux op hun nachtkastje hebben liggen.

    Het zou bovendien geholpen hebben wat feitelijke onjuistheden recht te zetten.
    Dat zal ik nu voor De Haan doen. Zodat zijn “onderzoek” dat predikaat net iets waardiger wordt.

    Maar laat ik even op een rijtje zetten wanneer De Haan voor z’n argumenten HOOFDLETTERS nodig heeft. Dat geeft volgens mij aan waar zijn onderbuik spreekt:

    GEVOEL
    ALGEMEEN GEVOEL
    GEVOEL IN DUITSLAND
    ALGEMENE
    OP NOG VEEL MEER PLEKKE IN DUITSLAND

    Het is alsof De Haan, die terecht opmerkt dat er geschakeld werd met de correspondent voor duiding en bredere context, het journalisten verbiedt te spreken over gevoel. Ik heb -helaas- genoeg aanslagen van heel dichtbij meegemaakt (Winnenden, Oslo, Utøya, Alphen a/d Rijn, München, Ansbach) om te weten dat angst, onbegrip of misschien wel koele berusting de eerste tekenen kunnen zijn van maatschappelijke verandering. Van beloften aan kiezers. Van rukken naar rechts. Of van bewonderenswaardig humanisme. In elk geval van het “grote” verhaal, dat met het “kleine” begon.

    Ik ben verbaasd dat de oud-directeur Radiokerkdiensten van de IKON nu niets meer over het ogenschijnlijk ongrijpbare wil weten. Maar ook blij om te kunnen uitleggen dat mijn uitspraken niet ‘deus ex machine’ uit de lucht komen vallen.

    Het voordeel van je ergens dag en nacht in verdiepen is namelijk parate kennis.

    Dus als ik in mijn eerste antwoord geef (“Open armen, leeft dat gevoel nog?”, “Ja dat gevoel is er nog”) dan refereer ik aan zowel Yougov- als ARD Deutschlandtrend-onderzoeken waaruit blijkt dat zeker een derde van de Duitsers het beleid van Merkel nog altijd steunt. Vervolgens maak ik de draai naar de lokale situatie en zeg dat de mensen die ik sprak er anders over denken. Nergens suggereer ik dat representatief is. Maar het zou wat zijn als je als journalist niet meer mag observeren.

    Daarna valt de Haan over mijn andere observaties (men dacht lang dat terrorisme aan Duitsland voorbij zou gaan, men zegt: het terrorisme is in Duitsland aangekomen). En hij vraagt zich af hoe ik dat weet. Beste Job: ik woon hier. Ik lees hier die Zeit, der Spiegel, de FAZ, Bild. Ik praat met mensen. En ik vertel dat er ook bij, zodat je die informatie kan wegen (“wat ik hier vandaag veel hoorde”). Ik doe wat mijn journalistieke plicht is: ik probeer -deeltjes van- het maatschappelijk debat samen te vatten in korte tijd, zodat je dat “grote” verhaal wat ongetwijfeld zal volgen uit het “kleine” kan zien ontstaan.

    Vervolgens beticht de Haan mij van manipulatie. “Wollaars wil een statement maken en gebruikt hiervoor zorgvuldig gemonteerde quotes”. Dat is kwalijk en feitelijk onjuist. Wat ik deed was doorvragen naar iemands motieven. In dat stukje is niet geknipt. Dat kan iedereen controleren.

    Daarna vliegt de Haan helemaal uit de bocht in een wat warrige alinea. Hij concludeert dat ik vier aanslagen op het conto schrijf van vier asielzoekers, wat ik nergens doe. Feitelijk onjuist dus. En dat ik doelbewust inspeel op de opvatting dat er hoognodig iets moet worden gedaan aan de instroom van vluchtelingen. Waar dat vandaag komt is mij helemaal een raadsel.

    Ik snap dat je als voormalig pastoraal assistent geneigd kan zijn te zoeken naar de diepere betekenis van teksten. En misschien sneller dingen ziet die er niet zijn. Maar dit was wat mij betreft toch redelijk eenduidig: ik stelde de journalistiek relevante vraag of Duitsland nog wel zo met open armen tegenover asielzoekers staat als eerder.

    En laat ik De Haan verwijzen naar mijn college bij DWDD over Wir Schaffen Das, waar hij een compleet beeld kan krijgen over mijn observaties in dit razend interessante land over dat onderwerp:

    http://www.npo.nl/dwdd-summerschool/04-08-2016/VARA_101381107

    Wanneer hij me dan nog verwijt dat ik een nieuwswaardige quote van een minister uitzend om preventief mensen te kunnen corrigeren op het verwijt van stemmingmakerij, dan zal ik mijn schouders ophalen en denken: zoals de waard is, vertrouwt hij kennelijk zijn journalisten.

    Maar laat ik afsluiten wat mij bijbleef na lezing van “dit onderzoek” Job. Dat je zonder wederhoor schreef. Waarin je kwalijk insinueert. Waar je een heel programma in een kwaad daglicht stelt. Als man van het woord heb je vast parate kennis op dit gebied:

    Spreuken 18:2

    En anders onderzoek je het maar.

    Liebe Grüße aus Berlin,

    Jeroen Wollaars
    NOS Correspondent Duitsland

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published.